
Van de zeven Canarische Eilanden is Tenerife de grootste en verreweg de mooiste. Tenminste, zo denkt Marco erover, die me laatst een weekje op sleeptouw nam om me de mooiste plekjes van het eiland te laten zien. En ik moet zeggen: zijn trots is meer dan terecht. Al toerend over kronkelende weggetjes viel ik van de ene verbazing in de andere. Je vindt hier bijvoorbeeld de hoogste berg van Spanje: de bijna 4.000 meter hoge vulkaan El Teide. De uitbundige kleuren van de honderden bloemen, de door lava donker gekleurde stranden: het eiland van contrasten. Oneindig lange wandeltochten, lekker lui doen op het strand en wonderschone natuur. Wat een schoonheid bezit dit eiland. Marco, opgegroeid in Santa Cruz, bleek in elke bar wel iemand te kennen. Hij had me eerder al verteld over de feestelijke inborst van de eilandbewoners. En hij had geen woord teveel gezegd. Tot in de kleine uurtjes gingen we door, waardoor ik de volgende dag tot niet veel meer in staat was dan lekker liggen op het strand. Dromend over al 't leuks dat ik had beleefd en spannends dat nog komen gaat.
Madeira staat bij velen bekend als het 'bloemeneiland', een eiland waar je vooral heel veel kan wandelen over de beroemde 'levadas'. Bij mij dus ook, maar tijdens een weekje Madeira heb ik nog veel meer schoonheden van het land mogen ontdekken. Samen met Alice, een Nederlandse die 25 jaar geleden haar hart heeft verloren op Madeira, ben ik een weekje rondgetrokken op het eiland. Ze liet me prachtige plekjes op het eiland zien. Het eiland is inderdaad groen en talloze bloemen trekken mijn aandacht. Echt indrukwekkend vond ik de prachtige noordkust met haar ruige kliffen en watervallen (ook wel bekend als 'bruidsluiers'). In de namiddag streken we neer op één van de vele terrasjes in Funchal, de hoofdstad van Madeira. We genoten van de heerlijke Madeira wijn en een typisch Madeirees gerecht: Espetada; rundvleesspiezen met laurier. Het viel me op hoe gemoedelijk Funchal en haar bewoners zijn. Toen ik later die avond op mijn gemak richting mijn quinta slenterde, bedacht ik dat ook ik mijn hart verpand had aan dit eiland.
Afgelopen zomer was ik voor het eerst op Lesbos. Wat een ontdekking! Het is het op twee na grootste eiland van Griekenland en ligt in de Oost-Egeïsche Zee, net voor de kust van Turkije. Overigens noemen de Grieken het eiland liever Mytilini, naar de belangrijkste stad op het eiland. Vooral de tochten door het binnenland en de kleine plaatjes staan me nog goed bij omdat je dan je auto over bochtige, smalle en soms steile weggetjes moet sturen. Uitdagend, zeker voor mij... Ik belandde in historische dorpjes waar altijd wel een bijzonder klooster, oud fort of charmant kerkje was te vinden. De tijd leek hier stil te staan. Lekker geluierd en gezwommen heb ik aan de zandstranden van Anaxos en Petra. Heerlijk dobberend in het kristalheldere water genoot ik van de mooie uitzichten. Voor souvenirs en typische Griekse specialiteiten bezocht ik de gezellige markt in Molyvos, een schilderachtige stadje. Leuk om door heen te slenteren. En ja, natuurlijk heb ik op een zwoele avond in één van de kleurrijke vissershaventjes heerlijk zitten smullen van verse inktvis, kleine hapjes feta én een Ouzo. Mmm... om je vingers bij af te likken! Lesbos is bijna niet te vergelijken met andere Griekse eilanden. Wat mij opviel was het groene en erg afwisselende landschap. Veel pijn- en olijfboombossen, groene bergen en glooiende heuvels. Kijk echter niet raar op als je in het noordwestelijk deel ineens een adembenemend maanlandschap ontdekt. Ben je op zoek naar rust, lekker eten, lieve en vriendelijke mensen, een mooie natuur en een vleugje cultuur dan is Lesbos een aanrader. Het is een heerlijk Grieks pareltje. Het allermooiste vind ik dat het nog zo lekker puur en écht is. Dit eiland is gelukkig niet overspoeld door toeristen.
Het mooie Kefalonia is één van de minder bekende eilanden van Griekenland. Geheel ten onrechte, aldus mijn gids Nestoras. Nestoras is geboren en getogen op Kefalonia, en net als de andere eilandbewoners bijzonder trots op zijn geboortegrond. Hij kan niet begrijpen dat er mensen zijn die de voorkeur geven aan één van de andere Griekse eilanden. Geen van de eilanden heeft zulk mooi natuurschoon als Kefalonia, vindt Nestoras. Want waar vind je zoveel zeldzame bloemen en planten en zelfs wilde paarden? Juist ja, in het Áenos-gebergte op Kefalonia. En waar vind je druipsteengrotten met onderaardse zalen zó groot dat er concerten in worden gegeven? Op Kefalonia natuurlijk. Overtuigd en aangestoken door het enthousiasme van Nestoras ben ik een week lang zoveel mogelijk op pad gegaan. Iedere dag ontdekte ik iets nieuws. Stille baaitjes met idyllische stranden, rustige dorpjes, kerken, kloosters en musea, gezellige taverna?s en restaurants op prachtige locaties. Een week en heel wat autorij-uren later besloot ik dat ik zo niet tot rust zou komen. En ik ben dus nog maar een extra week gebleven. Om optimaal te genieten van Kefalonia, één van Griekenland?s best bewaarde geheimen.
De Peloponnesos, het beroemde Griekse schiereiland, heeft een boeiende geschiedenis, uitgestrekte zandstranden een prachtige ruige natuur. De reisgids die ik over deze streek gekocht had was te dik om helemaal te lezen. Gelukkig had ik Astrid bij me, een vriendin van vroeger die jaren geleden voor de liefde naar de Peleponnesos was verhuisd en het gebied inmiddels op haar duimpje kent. We begonnen onze rondreis bij de betoverende baai van Gialova waar we, genietend van het uitzicht op de helderblauwe zee, genoten van heerlijke hapjes en heel veel glaasjes ouzo. De volgende dag reden we naar de oude haven van Methoni en de imposante burcht die het gezicht van dit plaatsje bepaalt. In de namiddag beklommen we de hoge bergkam bij het dorpje Ano Verga voor het sprookjesachtige uitzicht op de baai van Kalamata in de ondergaande zon. Ik begon langzaam te begrijpen waarom Astrid Nederland had ingeruild voor een leven in dit schitterende land. In Kalamata slenterden we die avond over de levendige boulevard, proefden we cocktails in de lounge barretjes en dansten we in een club tot in de kleine uurtjes. Gelukkig stond de volgende dag alleen het strand op het programma. Loom op een ligbedje luisteren naar het ruisen van de zee en af en toe een frisse duik. Heerlijk! Hoe kan ik je beschrijven wat ik die week in de Peloponnesos allemaal heb ontdekt? Vertel ik over de Griekse mythologie die verweven lijkt te zijn in bijna alles wat je hier ziet? Of over de indrukwekkende bergmassa?s in het binnenland waar je prachtige wandelingen kunt maken? Over het oude Sparta of de vele Romeinse monumenten van Korinthe? Eigenlijk moet je er gewoon zelf naar toe. Want de schoonheid van de Peloponnesos en alles wat je er kunt zien, is met geen pen te beschrijven.
Een en al groen. Dát is Thassos! Tijdens een prachtige autorit door het binnenland zie ik ineens bijzondere pijnbomen met kaarsrechte en lichte stammen. Dit is absoluut een Kodak-momentje, dus ik pak snel mijn camera en klik volop. Maar Thassos heeft veel meer mooie plaatjes om te schieten, zo vertelde mijn vriendin die hier al eens eerder was. Ik ontdek het allemaal als we richting de westkust rijden. Het beeld daar: rotsen van wit marmer en verlaten, witte stranden... beeldschoon! Autorijden op Thassos is heel makkelijk: het eiland heeft maar één hoofdweg en dat is gelijk de rondweg om het eiland heen. Verdwalen kun je dus niet! Ook de typische Griekse plaatsjes, waar ik op gezellige taverna?s heerlijke uurtjes heb doorgebracht, kun je dus met geen mogelijkheid missen. Op een zwoele zomeravond ontmoet ik Dimitros, een jonge Griek die enthousiast vanaf zijn terras toeristen uitnodigt een hapje bij hem te komen eten. Ook ik val voor zijn charmes en zit even later in zijn taverna aan een glaasje wijn en een vers Grieks broodje. Ineens komt hij met een klein potje aanlopen. Ik kijk en ruik de geur van honing. ?Maar dit is niet zo maar een honing, hoor?, roept hij. ?Dit is de specialiteit van Thassos. Dat heb je vast wel gezien aan alle bijenkorven die je hier langs de weg vindt. Dit moet je écht proeven!?. En ik moet zeggen: het smaakt verrukkelijk, zeker in combinatie met mijn wijntje. Mij straf je daar niet mee! Dat geldt ook voor de vele historische en culturele hoogtepunten die ik de volgende dagen op Thassos tegenkom. Een goed voorbeeld daarvan is Moni Archangelou Michail: een oud klooster dat wordt bewoond door nonnen en op slechts drie kilometer rijden van Alyki ligt. Alyki is ook een lust voor het oog, want het wordt gevormd door een groen schiereilandje en twee schilderachtige baaitjes. Voeg daaraan toe de helderblauwe zee en je begrijpt waarom ik mijn hart heb verloren aan Thassos...
Veel van de mensen die voor het eerst naar Zakynthos komen, zijn op slag verliefd. Dat vertelde Margit me die hier jaren geleden als reisleidster voor het eerst voet aan wal zette. Margit viel als een blok voor de schoonheid van dit eiland. Toen haar Grote Liefde hier bleek te wonen, was er geen weg meer terug. Margits enthousiaste e-mails hadden mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik wilde wel eens zien of een ervaren reizigster als ik, nog zou vallen voor de charmes van het eiland. Met een oppervlakte van maar 400 km2, zou je denken dat je op Zakynthos snel uitgekeken bent. Niets is minder waar. Want door z?n boeiende geschiedenis en prachtige natuur valt er van alles te ontdekken. Beroemd zijn de imposante kalkrotsen in het noorden en westen, die loodrecht uit de zee oprijzen. Maar ook het prachtige Zakynthos-stad, dat ondanks vele aardbevingen in het verleden een authentieke sfeer behouden heeft. Niet alleen Margit en ik vinden het eiland Zakynthos een schitterende en heerlijke plek. Iedere zomer komen duizenden zeeschildpadden vanuit de hele Middellandse Zee er hun eieren leggen. Ik had nooit gedacht dat ik mezelf nog eens met een schildpad zou vergelijken, maar ook ik weet het na een weekje zeker: hier kom ik iedere zomer terug!
Daar stond ik dan vanmiddag: bovenop de Etna. Samen met Gianluigi, een Siciliaan die ik op Kreta had leren kennen. Wat een uitzicht! Eeuwenlang al is de vulkaan de Etna symbool en trots van het eiland. Toen de Grieken er woonden, later de Romeinen, de maffia van the Godfather en vandaag de dag toeristen zoals jij en ik. Uitkijkend over het schitterende landschap vertelde Gianluigi honderduit over zijn eiland. Over de vallei van de tempels, over Romeinse amfitheaters, ruige natuurgebieden en fascinerende steden als Palermo en Syracuse. Na een dag vol natuur en cultuur, werd het vanavond tijd om kennis te maken met de plaatselijke keuken. Ik dacht dat ik wel wat wist van Italiaans eten, maar de Siciliaanse keuken is toch echt een verhaal apart. Veel vis natuurlijk, en overheerlijke pastagerechten als de Pasta alla Syracuse. Mmmm? daar zijn echt geen woorden voor! Gelukkig heb ik na vandaag nog een week de tijd om alle natuur-gebieden en cultuurschatten te bezoeken, culinaire hoogstandjes te proeven en te relaxen op Sicilië?s prachtige stranden. Maar of een week genoeg zal zijn? Ik betwijfel het in ieder geval...
Toscane, de mooiste streek van Italië, stond al een hele tijd hoog op mijn verlanglijstje. Het glooiende landschap met olijfbomen en cipressen, de heuvelstadjes en de elegante palazzi: ik had er al vaak over gedroomd. Nu zit ik hier op een muurtje aan de rand van Siena, een levendig stadje met een roerige geschiedenis. De zon gaat bijna onder en de groene en okergele kleuren van het land worden heel langzaam donkerder. Alles wordt stil en rustig en de lange geweldige dag glijdt weg. Ik heb inmiddels al bijna een week in dit gebied rondgezworven met Pietro, een Italiaan in hart en nieren, die ik al op de eerste dag ontmoette op een zonnig terras in Florence. We raakten aan de praat en het was zo gezellig dat we, toen de fles leeg was, meteen afspraken om er de volgende dag samen op uit te trekken. Gisteren nog nam mijn nieuwe vriend me mee naar de gigantische koepel van de Santa Maria del Fiore, kortweg de Duomo, in Florence. De 400 traptreden kostten ons wel wat moeite, maar toen we eindelijk boven stonden en de mooiste stad van Italië aan onze voeten zagen liggen, tja? Er is in Toscane zoveel te zien en te doen dat ik mezelf inmiddels al beloofd heb volgend jaar terug te komen. Zojuist heb ik op het grote plein hier in Siena, het Piazza del Campo, mijn buik rond gegeten aan de lekkerste pizza die ik ooit heb geproefd. En nu ik hier op mijn muurtje uitkijk over het schitterende landschap dat door goud licht is overgoten, bedenk ik me dat er geen plek op de wereld is waar ik op dit moment liever zou zijn.
?De kunst van het leven?. Ik spreek het hardop uit en lach in de warme zon. Ik begreep nooit wat er met die zin bedoeld werd maar dankzij mijn nieuwste ontdekking voel ik de betekenis tot in mijn tenen. Ik ben in Umbrië, oftewel het kleine zusje van Toscane. Je ziet direct dat ze familie zijn, maar dit zusje is anders. Echt anders. Dit ís het ?groene hart?. Umbrië is de streek van de ontelbare groentinten die in een mooie heuvelachtige cadans door het landschap golven, met eeuwenoude geschiedenisschatten en waar je nog altijd de Italiaanse ospitalità beleeft. In stilte. Want gelukkig ben ik een van de weinigen die tot nu toe deze streek heeft ontdekt. Als ?zusje van? is ze groener, ongerepter en toch zie je ook dat ze familie zijn. Het zijn beiden bloedmooie authentieke Italiaanse schonen. Ik sta op het middeleeuwse Piazza del Popolo in het dorpje Todi en draai langzame rondjes omdat ik niet kan stoppen met kijken. Een gevoel van geschiedenis van de mensheid overstelpt me. Niet verwonderlijk dat dit plein vaak gebruikt wordt als decor in films. Gister was ik nog in Perugia, de hoofdstad van deze streek. Ook zo?n prachtige middeleeuwse stad met steile steegjes en het beroemde Piazza IV Novembre met de middeleeuwse fontein waar de studenten van de Università per stranieri op de rand een ijsje aten. Over eten gesproken: het schijnt dat ik niet naar huis kan zonder de befaamde truffel uit Umbrië te proeven. Zo spreekt men over ?de witte én de zwarte? verwerkt in heerlijke lokale gerechten. De kunst van het leven, dat bedrijven ze hier zeker. En ik ga dat allemaal eens op z?n Italiaans ontdekken.
Ik hou van Spanje, maar hier zegt dat helemaal niks. De Spaanse streek Catalonië is namelijk anders. ?Catalonië is een land in een land.? Althans, dat zeggen de oude mannetjes met wie ik hier praat op het Plaza de la Independencia in Gerona. ?Spanjaard? Ik ben een Catalaan!? zeggen ze vol passie. Hun armen gaan omhoog, een klop op de borst wordt gemaakt en hun glimlach is alom aanwezig. Je ziet dat ze het menen. Trots zijn ze op hun prachtige kuststroken, hun bijzondere steden als Barcelona, Gerona en Tarragona. En wat te denken van de kleine vissersdorpjes, de bosrijke bergen en uitgestrekte natuurgebieden? Eerlijk is eerlijk: ik snap die trots wel. De mannetjes en ik drinken ?hun? cava in de zon en met mijn kaart op tafel wijzen ze me de mooiste routes van ?hun land.? Met al het schone van Catalonië op zak zwaai ik de mannen gedag en slenter ik de rest van de dag door het schitterende en eeuwenoude Gerona. De ?hangende? gebouwen aan de rivier de Onyar zijn bijzonder mooi en vreemd tegelijk, de kathedraal de Santa Maria is immens en natuurlijk vergeet ik één van de badhuizen uit de 12e eeuw niet. ?s Avonds ga ik me te buiten aan embutidos en een tafel vol verse heerlijkheid. En terwijl de avondzon rood kleurt moet ik denken aan hoe de ogen van de mannetjes glommen toen ze vertelden over ?hun? prachtige kusten met zandstranden en rotsachtige baaitjes. Of over de uitgestrekte velden en rivierdelta?s en vergeet ook niet hun werelderfgoed! Ik krijg zoveel energie van deze plek. Morgen ga ik naar het natuurpark van Aigüestortes i Estany de Sant Maurici in het noorden en... Ik zucht en voel het ook: Catalonië: een land in een land. Ik kan niet wachten! En mijn armen gaan op z?n Catalaans trots de lucht in.
Het eiland Gran Canaria is voor velen de ideale vakantiebestemming. Het heeft prachtige stranden en het hele jaar door mooi weer. Mijn vriend en gids Jorge heeft me laten zien dat het eiland veel meer te bieden heeft dan zon en zee. Bijna nergens ter wereld vind je zoveel soorten landschappen op zo?n klein oppervlak. Met bergen van zo?n 2000 meter hoog, tropische bossen en droge woestijngebieden. En natuurlijk de beroemde kustlijn met oneindig lange zandstranden. Genoeg te doen dus, op dit eiland. Jorge stelde voor om te gaan rotsklimmen, of mountainbiken. Of had ik meer zin in zeilen? Maar eigenlijk wilde ik wel eens een keer wat nieuws proberen. Een klein uurtje later voeren we met een professionele vissersboot de haven uit, voor het ?big game fishing?. Een fantastische ervaring om eigenhandig de meest grote en uiteenlopende vissen te kunnen vangen! ?s Avonds hebben Jorge en ik nog uren zitten discussiëren wie de grootste vis gevangen had?
Een extravagant en bruisend nachtleven, dat was eigenlijk alles wat ik wist van Ibiza. Nou ben ik helemaal niet vies van een feestje op zijn tijd, maar dat ik op Ibiza zoveel meer dan dat zou vinden, dat had ik toch niet verwacht. Mijn gids Manuel, die ik eerder had ontmoet op dat andere schitterende eiland van de Balearen, Mallorca, was vastbesloten me deze week het echte Ibiza te laten proeven. Hij nam me mee naar de lappendeken van boomgaarden en groene heuvels in het noorden, de rotsachtige baaien in het zuiden en de traditionele witte boerderijen (finca?s) en schilderachtige kerkjes in het binnenland. Het landschap is hier nog woest en ongerept en kenmerkt zich door een oogverblindende schoonheid. Gistermiddag nam Manuel me mee naar Las Salinas, de zoutvlakten die een toevluchtsoord zijn voor flamingo?s. De zee van roze vogels in het gouden licht van de ondergaande zon steekt fel af tegen het helderblauwe zeewater. Een heel bijzonder gezicht dat ik niet snel zal vergeten. Daarna zette Manuel mij op een terrasje in het gezellige oude centrum van Ibiza-stad een glas Hierbas Ibiciencas voor, een likeur die gemaakt wordt van 18 planten- en kruidenextracten die op het eiland voorkomen. ?Proef Ibiza, Eliza!?. Nou, dat heb ik geweten... Inmiddels is mijn laatste avondje op Ibiza alweer aangebroken. En hoe kan je een heerlijke vakantie op een prachtig eiland beter afsluiten dan met een duik in het opzwepende en spectaculaire nachtleven? Zelfs als het niet helemaal je ding is, moet je hier toch even van proeven. Ik laat je nog weten hoe het was!
Mijn ontdekking Lanzarote bevindt zich zo?n 130 kilometer voor de kust van Afrika, en is misschien wel de meest contrastrijke van alle Canarische eilanden. Vier dagen had ik maar, om kennis te maken met de vele kleuren en contrasten die Lanzarote rijk is. Gelukkig had ik Rafael bij me, die ieder hoekje van het eiland kent. We begonnen onze ontdekkingsreis op de maan. Ja echt, een betere omschrijving voor het zwarte lavalandschap van park Timanfaya kan ik niet bedenken. Het was net alsof er pas geleden nog een uitbarsting had plaatsgevonden. Wandelend over de zwarte aarde had ik het gevoel dat ik de eerste en enige was die dit verlaten stukje Spanje had ontdekt. De mysterieuze zwarte zandgrond contrasteert prachtig met de vrolijk gekleurde huizen die je veel op het eiland vindt. Rafael vertelde me dat het eiland deze karakteristieke bebouwing te danken heeft aan kunstenaar César Manrique. Door Manriques jarenlange inzet en invloed zijn de traditionele bouwvormen van het eiland bewaard gebleven. Zo zijn alleen de kleuren groen, blauw en bruin toegestaan voor deuren en kozijnen en mag er niet hoger dan vier verdiepingen worden gebouwd. Natuurlijk vind je ook op Lanzarote genoeg gezellige stranden, restaurantjes en terrassen. Maar wat mij betreft schuilt de schoonheid van Lanzarote toch vooral in de vele kleuren en contrasten.
Naar Mallorca ga je alleen om nachtenlang te stappen en hele dagen te bakken op ?t strand, dacht ik altijd. Maar toen ik er laatst een weekje was heb ik een heel andere kant leren kennen: van cultuur, natuur en rust - echt een ontdekking! Mijn vrienden Miguel en Conny ontvingen me allerhartelijkst in hun prachtige huis en lieten me de mooiste plekken van het eiland zien. Kleine zandstrandjes aan een azuurblauwe zee, duizenden olijven- en amandelbomen en verlaten dorpjes waar het lijkt alsof de tijd al eeuwen stilstaat. Uiteraard zijn we ook een dagje naar de hoofdstad Palma de Mallorca gegaan. We hebben er urenlang heerlijk geslenterd van het ene naar het andere terrasje en de vele historische gebouwen bekeken die de stad rijk is. ?s Avonds heb ik Conny en Miguel getrakteerd op de lokale specialiteit ?Coca amb trempó? en werd het nog aardig laat in één van Palma?s vele gezellige barretjes . Erg indrukwekkend was het ruige landschap aan de noordwestkust van het eiland. Hier bevindt zich het Tramuntana-gebergte, dat met steile wanden hoog boven het eiland uittorent. Wandelaars doen zich helemaal tegoed aan het ongerepte landschap en de fantastische uitzichten. Al met al was een weekje natuurlijk veel te kort voor dit mooie eiland. Ik moet het toegeven: ik had het mis met al mijn vooroordelen: Mallorca is echt machtig mooi!